Hechting van organische coatings II
Hechting van organische coatings II
Verontreinigingen aan het oppervlak van voorbehandelde metaalsubstraten kunnen bestaan uit organische contaminatie en water moleculen.
Een goede chemische binding van een coating aan het substraat kan alleen tot stand komen als de functionele groepen van het polymeer een dicht netwerk van bindingen kunnen vormen met de OH groepen aan het oppervlak van het substraat.
Omdat de verontreinigingen dezelfde posities aan het oppervlak innemen als de functionele groepen van het polymeer neemt de bindingssterkte af, naarmate er meer verontreinigingen aan het oppervlak aanwezig zijn. Een deel van de posities wordt bij coaten alsnog ingenomen door de functionele groepen door verdringing, maar een groot deel van de contaminaties blijft goed verankerd vast zitten.
In de figuur (Uit: Proefschrift J. van den Brand, TU Delft 2004) is de afname van de bindingscapaciteit voor een carboxylzuur van een aluminium substraat te zien als functie van de “verouderingstijd” in een schone en in een gecontamineerde atmosfeer. Het verschil is duidelijk.
De conclusie is dat na een oppervlakte behandeling van het substraat zo snel mogelijk moet worden gecoat om een optimale hechting te kunnen verkrijgen






