In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat stralen al dan niet abrasief kan worden uitgevoerd. Bij abrasief (verspanend) stralen wordt een deel van het substraat zelf verwijderd, terwijl het substraat bij niet abrasief stralen slechts mechanisch wordt gereinigd. Daarbij worden vetresten, roest, walshuid en verfresten/lagen verwijderd en kan onder bepaalde condities een drukspanning in het oppervlak worden aangebracht (shotpeenen).

De twee effecten, reiniging en verruwing (soms gewenst voor een betere hechting van verfsystemen, of om een gewenst esthetisch effect te bereiken), hangen af van de samenstelling en de ruwheid van het straalmiddel en van de procescondities, zoals de snelheid van het straalmiddel (de druk van de perslucht) en de hoek waaronder het oppervlak wordt geraakt.

Het gewenste effect en daarmee de straalmethode en het straalmiddel, moet voldoen aan de bestaande internationale normen en specificaties, die in onderling overleg met opdrachtgevers worden geselecteerd.

stralen